Gebed zonder end?

Zo langzamerhand zijn alle argumenten voor en tegen gemeentelijke herindeling wel aan de orde geweest. Het lijkt dus een onmogelijke opgave iets nieuws in te brengen. Toch: door het verschijnen van de notitie over de bestuurlijke toekomst van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, door de Rabo-studie "Kleiner sturen met grotere gemeenten", door de aanbevelingen van de commissie Hendrikx voor Midden Holland en door de bestuurlijke heroriëntatie rondom Leiden en Alphen aan den Rijn, is een nieuwe werkelijkheid ontstaan. En die bestaat daarin, dat we geen genoegen nemen met een status quo. Er moet iets gebeuren willen de gemeenten hun rol, taak en positie in de komende tijd op zijn minst kunnen handhaven.

Burgemeester (2)

Een heilig boontje ben ik zeker niet. Niets menselijks is mij vreemd. Maar de grenzen van wat kan en niet kan liggen bij het (mijn) vak, het ambt van burgemeester nogal scherp. Mijn collega uit Vlissingen declareerde zodanig, was onlangs in het nieuws, dat uit lijfsbehoud snelle terugbetaling nodig was. “ Maar de gemeentesecretaris had gezegd, dat het binnen wettelijke voorschriften was”, zo wordt hij geciteerd. Ik zou zeggen: je eigen verantwoordelijkheid blijft altijd.

Integriteit

Hoe je het ook wendt of keert, integriteit is een gevoelig onderwerp. Wat het moeilijk maakt is dat er twee benaderingen mogelijk zijn: niks mag ofwel: een beetje integer bestaat niet en daartegenover de stelling, dat er vele kanten aan integriteit zitten. Bij die laatste opvatting moet je denken aan de bedoeling die achter iemands handelen zit en de omstandigheden, die kunnen meetellen. Daarom is het niet zo gemakkelijk om precies aan te geven wat wel en niet kan. Onlangs gaf de Hoge Raad bij een conflict over het al dan niet mogen stemmen van een raadslid in een kwestie, waar hij bij betrokken was: meestemmen over zo’n zaak is integer, maar beïnvloeden niet. En over dat stemmen bleek dat het beter was niet mee te stemmen als de stem van het betreffende raadslid dan de doorslag zou kunnen geven.

De bakens verzetten

We leven in een tijd van transitie. Niet iedereen ziet dat en het is zeer menselijk (en politiek gebruikelijk) om aan het bestaande vast te houden. Of weer terug naar het oude vertrouwde, de maatschappij die we kenden. Ik denk dat die weg onbegaanbaar zal blijken en nog erger dat we, als we die gedachte vast houden, de crisis zullen versterken. Nederland staat er helemaal niet slecht voor met een enorm overschot op de handelsbalans, met een schuldenpositie, die tot de laagste in Europa behoort, maar wel met een sterk oplopende werkloosheid. Die werkloosheid, zoals oud minister van financiën prof. Witteveen aangaf: de grootste gesel voor de maatschappij, vloeit voort uit het einde van de traditioneel sterke branches. Natuurlijk moeten we pogingen doen de scherpe randjes van die terugloop van bijvoorbeeld de bouw, en de detailhandel weg te nemen. In de bouw met bijvoorbeeld tijdelijke financiële- en dereguleringsmaatregelen, maar vooral door op niet te lange duur de bakens te verzetten en nieuwe ontwikkelingen, innovaties te bevorderen. Dat herscholing van de mensen zonder werk daarbij noodzakelijk is, is een open deur.

De laatste loodjes

Om na te denken over de veranderende wereld van het openbaar bestuur kreeg ik van de directeur van Holland Rijnland een studie van professor Hans Boutellier mee. Over de improvisatiemaatschappij. De portee van het verhaal is: de wereld is heel ingewikkeld, de individuele rechten staan tegenover de staat, die moet reguleren, er is sprake van een onbegrensde wereld met een veelheid aan "praktijken, relaties en mentaliteiten". Er wordt inspirerend leiderschap verwacht, maar men heeft tegelijkertijd moeite leiderschap te accepteren.