Gemeenten doen het samen

Bij de opening van het zeer geslaagde KING-congres met meer dan 1200 deelnemers heb ik het nog maar eens benadrukt: het is uniek dat de Nederlandse gemeenten via de VNG vertegenwoordigd zijn in de nationale governance op politiek niveau in de Ministeriële Commissie Digitale Overheid. De gemeenten spelen dan ook een sleutelrol in de doorontwikkeling van de GDI en krijgen (onder andere omdat ze direct gaan bijdragen aan de financiering van (een deel) van de GDI) steeds meer invloed.
Ik onderken een aantal topprioriteiten die ik de komende tijd zie voor gemeenten. En dan baseer ik mij op de input die ik krijg van de vele gemeenten die ik tijdens mijn werkbezoeken spreek. Die zouden de volgende zaken geregeld willen hebben.


- Met stip op één. Een digitale identiteit die het, net als het fysieke paspoort, mogelijk maakt om zaken te doen met de overheid. Met een digitale identiteit kan de burger online zijn reisdocumenten aanvragen, aangifte doen van geboorte, en een Verklaring Omtrent Gedrag aanvragen. We blijven hardnekkig vasthouden aan het fysieke loket, maar we moeten het omdraaien en digitaal als uitgangspunt nemen. Dat is temeer van belang, omdat gemeenten in ketens werken met uitvoeringsorganisaties. Het fysieke loket blijft op een nieuwe wijze beschikbaar; kijk naar de voorlopers in gemeenteland, die werken zonder gemeentehuis. Dat is nog lang niet overal goed geregeld en de voorzieningen zijn er ook nog niet naar. De gemeente kan hier naar mijn mening meer druk op zetten.


- De regie op gebruik van gegevens goed regelen, waarbij de burger, scholier, patiënt bepaalt wie zijn gegevens mag inzien. Zodat een zorgverlener met een burger aan de keukentafel het gesprek kan voeren en de burger zich 'eigenaar' kan voelen en niet afhankelijk wordt van allerlei onduidelijke processen van de overheid.


- De berichtenbox (of een variant daarvan) moet veel meer aansluiten bij de belevingswereld van burgers. Vorige week nog het voorbeeld van twee oud studenten die zich niet bewust waren van hun betalingsachterstand. Zij hadden de melding gekregen via MijnDUO, inclusief diverse aanmaningen en uiteindelijk de deurwaarder. Ze kwamen nooit meer op dat platform, want zij waren geen student meer. Zie http://nos.nl/l/2165437
Communicatie tussen inwoner en gemeenten hoort ook op de digitale snelweg interactief te zijn. Er wordt aan gewerkt, maar de urgentie moet hoger!


- Hoe stellen we onze data beschikbaar aan de samenleving (open data)? De gemeente beheert een schat aan informatie. Waarom zouden we die niet proactief ter beschikking stellen aan derden voor verrijking, datadriven policy of innovatie? Hoe kunnen we dat goed en ook veilig regelen? "Government is open for business", is de gevleugelde uitdrukking hiervoor in de USA.


- En over innovatie gesproken; er moet ook wezenlijk iets veranderen in de speelruimte die gemeenten hebben om te experimenteren. Gemeenten zouden moeten willen afdwingen dat er wettelijk meer ruimte komt voor innovatie. Dat staat haaks op de huidige logge bureaucratie, terwijl we weten hoe belangrijk het is om via experimenten bij te blijven bij die razendsnel ontwikkelende maatschappij.
Aan het eind van mijn openingswoorden heb ik opgeroepen meer kennis in het gemeentelijke huis te halen. Dat geldt trouwens voor de hele overheid, van medewerker tot topbestuurder. Ten minste een basiskennis om te begrijpen wat digitalisering aan veranderingen brengt. Gemeenten willen zelf de touwtjes in handen krijgen. Dat vraagt om meer iBewustzijn en digitale vaardigheden bij bestuurders en medewerkers.

En ten slotte heb ik erop gewezen dat er een cultuuromslag bij de overheid moet (!) plaats hebben: veel meer samenwerken en over de eigen domeinen heenkijken is de boodschap. De digitale wereld kent geen grenzen. En - waar het allemaal omgaat -: plaats de mens, de gebruiker centraal! Juist gemeenten kunnen hier het voortouw nemen.

Chefsache

Iedereen die het serieus meent met de digitale overheid en de generieke digitale infrastructuur heeft, (partijgenoot of niet) bladzijde 49 van het verkiezingsprogramma van Angela Merkel gelezen. Daarin staat pontificaal dat digitalisering, ook van de overheid, “Chefsache” is en dat er in het bureau van de kanselier een regisserende interbestuurlijke functionaris moet zijn. Daar kijkt menigeen in Nederland wel even van op. Het lijkt wel heel erg op onze Nationale Commissaris voor de Digitale Overheid, maar dan geplaatst bij het departement van Algemene Zaken met volledige steun van de minister-president. Geen lippendienst, maar zaken doen! Ik geef toe dat ik nog meer noten op mijn zang had, nee heb! Maar dit is toch een steun in de rug voor hen die pleiten voor een noodzakelijke on-Nederlandse aanpak.

Want bij ons zijn er geluiden dat bij de formatie van een nieuw kabinet de digitalisering van de overheid een onderwerp is, maar heel heftig lijkt het niet te zijn. En ambtelijk wordt wel de nota van de studiegroep ‘Maak waar’ ingebracht, maar er is geen brede beweging om wettelijke bevoegdheden te regelen om één lijn te brengen in de digitalisering van de overheid. De financiële claims zijn erg bescheiden, waardoor het nog heel spannend wordt of voor de noodzakelijke investeringsambities voldoende budget komt.

Uiteraard heb ik op gepaste wijze aangegeven, ook in mijn evaluatie (aangeboden aan parlement en kabinet) over de afgelopen drie jaar Digicommissariaat, wat er zou moeten gebeuren. Een voortzetting van de interbestuurlijke afstemming zoals nu in het Nationaal Beraad voor de digitale overheid gebeurt en een (verbrede) ministeriële commissie zijn onderdeel van mijn advies. De studiegroep heeft dat in vernieuwende zin onderschreven. Maar pas op: een onafhankelijk instituut waar de agendering wordt geregeld, zoals nu in het (voortreffelijk bemande) bureau van de Digicommissaris én de interbestuurlijke ‘governance’ hebben hun waarde bewezen en moeten blijven!

We moeten ons wel steeds blijven realiseren waarvoor we bezig zijn: de mensen in het land. En wat ik aan beweging zie, lijkt meer op Haags positiespel dan op leiding nemen en werken aan de aansluiting van de overheid op de zich snel ontwikkelende informatiesamenleving. En toch ben ik niet somber over de afloop, want er is geen keus: de technologische en digitale ontwikkelingen hebben een grote mate van onvermijdelijkheid. De overheid zal moeten transformeren en dat zal op een afgestemde wijze gebeuren. Als ware er één overheid. Daarom heeft Angela Merkel groot gelijk: het is “Chefsache”. Het werk dat verzet is door de mensen van het bureau Digicommissaris in de afgelopen drie jaar zal niet onopgemerkt blijven. Dat staat voor mij als een paal boven water. Er is een stevige en samenhangende basis gelegd voor financiën, sturing en inhoud van de generieke - dus voor de gehele overheid in gelijke mate geldende! - digitale infrastructuur. Dus, nu met lef en leiderschap op volle kracht vooruit!

We gaan een spannend jaar tegemoet

Terwijl ieder elkaar al het goede wenst voor het nieuwe jaar hangt er spanning in de lucht. Het lijkt erop dat 2017 voor verrassingen kan zorgen. In internationaal geopolitiek opzicht is de onzekerheid bijzonder groot. Ondanks alle goede dingen van en uit Europa lijkt ook daar de sfeer kritischer. En in eigen huis? Voorop in alle commentaren op het nieuwe jaar staan de verkiezingen. Hoe gaat dat lopen? Wat voor een kabinet zal er uit voortvloeien? En staan onze boodschappen al klaar voor de nieuwe ministersploeg en wat zullen ze ermee doen? Veel onzekerheden, maar binnen ieders verantwoordelijkheid kunnen we ons best doen en zoveel als mogelijk de gewenste ontwikkeling beïnvloeden.

Voor de nationale digitale infrastructuur worden een aantal zaken uiteraard voorbereid. Om te beginnen gaan we goed kijken hoe we, de Digicommissaris als instituut, het in de afgelopen twee en een half jaar hebben gedaan. Vooral om daar lessen uit te leren voor 2017. Hoe kunnen we nog meer effect sorteren om de digitale infrastructuur van de overheid uit te bouwen? Maar eind maart verwachten we ook de uitkomsten van de studiegroep 'informatiesamenleving en overheid', waarmee het kabinet aan de slag kan. De kans is groot dat daar duidelijke ideeën uitkomen voor de digitale infrastructuur en de digitale dienstverlening, die daar in belangrijke mate op is gebaseerd. Uiteraard is het Digiprogramma voor 2017 [link naar Digiprogramma], dat helemaal aan het eind van vorig naar naar de Tweede Kamer is gestuurd een belangrijk basisstuk. Met de duurzame financiering van de digitale infrastructuur zullen vòòr het nieuwe kabinet aantreedt stevige stappen worden gemaakt.

Ondertussen worden her en der belangrijke bewegingen gemaakt. Zoals bij de gemeenten Wassenaar en Voorschoten, die als eersten in Nederland de aansluiting en implementatie van eIDAS hebben gerealiseerd. Een prachtig voorbeeld van doorpakken. Zo zullen er velen volgen, dat is zeker, want de experimenten met blockchain bij de overheid bijvoorbeeld, die nog in 2016 succesvol zijn afgesloten, krijgen uiteraard een gevolg dit jaar. De kunst, zo blijkt steeds weer, is om nieuwe initiatieven mogelijk te maken en tegelijkertijd hetzelfde doel voor ogen te houden: een overheid die in de digitale wereld de mens centraal stelt en de regie aan haar/hem geeft. We gaan een spannend jaar tegemoet; ik wens iedereen geluk en wijsheid!

 

Om wie draait het in 2016?

Je kunt in je leven keuzes maken, die onherstelbaar zijn. Met terugwerkende kracht zijn ze niet meer ongedaan te maken. Aan het begin van het nieuwe jaar 2016 wil ik best bekennen, dat zoiets voor mij ook geldt. Zo las ik in een opnieuw uitgegeven en prachtig door Rokus Hofstede vertaalde roman “ De burgemeester van Veurne” van Simenon : (citaat) “Dingen die hij zag als overduidelijke vergissingen in het leven, zoals politiek en golf, was hij altijd uit de weg gegaan.” Daar zit ik dan al jaren goed fout. En er valt niet veel meer aan te doen. Dat zou in ieder geval weinig effect meer sorteren. De overheid, die in een voortdurend proces van digitalisering van bedrijfsprocessen, voorzieningen en dienstverlening verkeert, heeft een aantal vergissingen gemaakt, die nog wel hersteld kunnen worden. Nog beter geformuleerd: moeten worden! En die vergissingen waren overigens erg logisch, namelijk dat voorop stond de bedrijfsvoering van de overheid te verbeteren . De berichtenbox is niet bedacht om het de burger naar de zin te maken.

Die ommezwaai in denken zal dit jaar centraal staan. De doelstelling tot nu: “de burgers massaal en goedkoop bereiken” blijft, maar alle aandacht moet erop gericht zijn die doelstelling aan te laten sluiten op de belevingswereld van die digitaal werkende burger. Dat betekent voor de berichtenbox bijvoorbeeld dat die eenvoudig gekoppeld moet worden aan persoonlijke e-mailboxen, dat de burger moet kunnen antwoorden en dat hij niet iedere keer de digitale handtekening, DigiD, moet gebruiken. Dat laatste komt er snel aan, daar ga ik van uit, door een appje te installeren. We moeten er dit jaar voor zorgen dat Mijnoverheid/berichtenbox niet steeds meer een mijnOverhead wordt, waarbij digitalisering wordt ingezet om het de overheid eenvoudiger te maken in plaats van de burger. Die moet steeds extra handelingen doen (uitzoeken, activeren, opzoeken, inloggen) om besparingen bij de overheid mogelijk te maken. Het is overduidelijk dat we ook snel de “knop moeten omzetten” nopens de regie op gegevens. Het inzien van persoonlijke gegevens is niet voldoende; de burger moet er mee aan de slag kunnen.

Het best gedigitaliseerde waterschap, het Wetterskip Fryslân, vermijdt zo veel mogelijk het gebruik van DigiD. Omdat die een barrière vormt voor de gewenste communicatie. Het geeft te denken waarom we voor veel zaken waar een digitale handtekening voor nodig is, niet gewoon de simpele techniekvan bijvoorbeeld Geenpeil, gebruiken. Immers, niet voor alle zaken die de burger met de overheid doet is het allerhoogste veiligheidsniveau noodzakelijk. De middelen die op dit moment ontwikkeld worden voor identificatie en authenticatie, moeten aansluiten op de belevingswereld van de burger. Mobiel en anderenieuwe technologieën die het gemak van de burger dienen, komen ook de overheid ten goede. In de doorontwikkeling van voorzieningen moeten we de burger mee laten praten. Misschien zelfs echt invloed geven, om zo resultaten te halen, die de digitalisering bevorderen. Voor een betere dienstverlening vanuit de overheid en om vergissingen te voorkomen.

Een mooi voornemen voor het nieuwe jaar: een gelukkig 2016!

 

 

DigiBlog 040116

“Een staat zonder middelen tot verandering mist middelen om te blijven voortbestaan”

Verfrissend, zo kun je dat noemen, is het om van enige afstand te kijken naar Nederland. De troontrede te lezen op het Griekse eiland Lefkas is bijna vervreemdend. De Nederlandse economie trekt aan, maar het moet beter. Op dit prachtige eiland gaat het zeker nog niet zo goed. De middenstand, de toeristische bedrijvigheid heeft het zwaar. Maar mijn extra fooi bij de bakker wordt trots geweigerd. Het roer moet om, maar hoe? Het is vooral de overheid hier, die niet tot veranderen in staat is. Die overheid lijkt zichzelf te marginaliseren. De politiek-filosoof Burke zei het al: “Een staat zonder de middelen tot verandering mist middelen om te blijven voortbestaan”. (Dit citaat vinden we ook terug in de geweldige biografie over Churchill van Boris Johnson, de burgemeester van Londen. Churchill begreep als geen ander de betekenis van deze stelling van Burke.)

Het is niet aan mij om hier en nu kritiek te leveren op de troonrede. Toch had de urgentie om de overheid te veranderen wel wat meer mogen doorklinken. De samenleving is in rap tempo aan het digitaliseren. En de vernieuwing in de economie is voornamelijk gebaseerd op nieuwe technologie. In mijn opdracht regie te voeren op de verdere ontwikkeling van de Generieke Digitale Infrastructuur van de overheid zie ik op veel terreinen een groot gebrek aan verandering, aan ontwikkeling. Ik zie het als mijn taak alle betrokken overheidsdienaren te overtuigen een tandje bij te zetten. De procesgang binnen de overheid, de beleidsvorming, en de dienstverlening moet anders. Die moet op de nieuwe technologie worden gebaseerd. En waarom? Om de maatschappelijke problemen beter te lijf te kunnen. Van criminaliteitsbestrijding tot jeugdhulpverlening, van betere zorg tot burgerparticipatie.
Verfrissend, maar vooral nodig en urgent

In het nieuwe Digiprogramma, dat aan het kabinet wordt voorgelegd in december, zal aandacht worden gegeven aan die noodzaak van een versterkte aanzet tot veranderen. De digitale dienstverlening, vooral ook een zaak voor en van gemeenten, moet meer ruimte krijgen. Met alle aandacht voor een vangnet voor de niet-taalvaardige en niet-digitale achterblijvers. De wet op de Generieke Digitale Infrastructuur (onze ‘wet Plasterk’ noemen we die in de wandelgangen) moet binnen twee jaar in de Staatscourant. Het eID-stelsel, waarbinnen een privaat en publiek elektronisch, digitaal identiteitsmiddel wordt ontwikkeld, moet sterker in samenhang worden aangestuurd. Ambtelijk wordt het geheel nu wel erg volatiel, ambigue en complex opgepakt. 
Tot slot: de overheid moet ervoor zorgen dat de burger regie over zijn gegevens, die her en der zijn opgeslagen, gaat krijgen.
In alle opzichten vraagt deze aanpak een overheid die verandert. Om te voorkomen, om met Burke te spreken, dat de overheid marginaliseert. Verfrissend om er vanaf Lefkas op afstand zo tegen aan te kijken? Jazeker, maar vooral nodig en urgent!

Bas Eenhoorn

 

 

Digiblog 170915